Nungeena

69.00

Yonihanger

Nungeena – Godin van het herstellen van de wereldschoonheid, creativiteit, vogels, veren

Dit product is momenteel niet op voorraad.

Artikelnummer: Nungeena Categorie:

Beschrijving

Nungeena, een godin met een prachtig verhaal. En een godin die juist in deze tijd zo graag gezien wil worden en haar werk heeft te doen.
Tijdens het maken ervoer ik vooral de zuiverheid en schoonheid. Ik heb haar ook erg graag in m’n hand.
Ze is turquoise/zeegroen met daaroverheen een soort rozeblauwe gloed die afhankelijk van het licht tevoorschijn komt. Daarin ligt wel haar magische schoonheid verborgen. Op de ingezoomde foto kun je zien hoe ze dan van kleur verandert. De binnenkant doorschijnend donker oudroze met een witte zoetwaterparel.
Nungeena is de moedergodin van schoonheid, een godin/geest van de aboriginals die met haar schoonheid de bijna vernietigde aarde weer tot leven bracht, haar herstelde en in evenwicht bracht met vele prachtige vogels.
Haar verhaal is te mooi en te toepasselijk in deze tijd, om niet te delen. Dus hieronder haar verhaal.
Dat ze een plek mag vinden verbonden met de vogels, de natuur, en de kracht van schoonheid. Een plek waar ze mag ondersteunen in haar werk om de aarde weer tot paradijs te maken.
Nungeena is met 3,7 cm niet zo groot. Ze draagt een witte zoetwaterparel en is incl zilveren kettinkje 69 euro.

In het begin lag de wereld stil in duisternis. Er waren geen bomen of gras. De wereld was niet dood, hij sliep.
Toen fluisterde de Grote Geest (Baiame genoemd) tegen de zonnegodin (Yhi), maar ze sliep. Toen ze haar ogen opendeed, werd de duisternis door haar licht weggevaagd. Ze zweefde naar de aarde en sprong in extase rond. Waar haar voeten de grond raakten, schoten bomen en struiken en gras op.
De Grote Geest zei tegen de zonnegodin om grotten in te gaan. Toen ze dat deed, veranderde haar warmte vage vormen in dieren, vogels en insecten. Ze volgden haar vrolijk naar buiten naar de bomen en het gras.
De Grote Geest vertelde de zonnegodin om grotten op met ijs bedekte bergen in te gaan. Toen ze dat deed, smolt het ijs en vormde er rivieren, en vormen in het water veranderden in vissen en reptielen.
“Het is goed. Mijn wereld leeft, ”zei De Grote Geest Baiame.
De Zonnegodin vertelde toen alle dingen die ze tot leven had gebracht dat ze in het land van De Grote Geest waren en dat het van hen was om voor altijd van te genieten. Ze zei dat ze de seizoenen zou sturen. Ze zei dat ze spoedig zou vertrekken om in de lucht te gaan wonen, en dat wanneer de levenden stierven, hun geest zou opstijgen en bij haar zouden wonen.

De Zonnegodin rees toen weer op in de lucht, werd een bal van licht en zonk snel achter de westelijke heuvels. De wereld was weer donker en alle levende wezens waren verdrietig en bang.
Uren gingen voorbij en de levende wezens vielen in slaap.
Plots begonnen vogels te twitteren. De Zonnegodin verscheen weer en vulde de vlakten met licht op de eerste ochtend. De levende wezens wisten toen dat de dag zou volgen op de nacht.
De geesten van de rivier en het meer verlangden naar de warmte en het licht van de Zonnegodin en rezen op in de lucht in een poging haar te bereiken. Ze glimlachte toen ze oplosten in druppels water en als regen en dauw op de aarde vielen.
Ten slotte, omdat sommige wezens de eerste nacht bang waren geweest, stuurde de zonnegodin Yhi de Morgenster om hen eraan te herinneren dat ze zou terugkeren. Ze had toen medelijden met de Morgenster omdat ze eenzaam zou zijn, en daarom werd de Maan (Bahloo) haar echtgenoot.

Maar de geest van het kwaad (Marmoo ) werd jaloers. Hij ging het donkere bos in en maakte insecten en andere kleine wezens. Hij maakte alle soorten spin, kever, slak, slak, worm en alle kleine wezens die ooit zijn gezien. Ze liepen, ze groeven en ze vlogen.
De boze geest liet zijn insectenplaag los en ze aten het gras en de struiken en bomen. Ze verspreidde zich steeds verder en lieten de aarde kaal achter.
De Grote Geest wist dat dit het werk van Marmoo was, en hij was erg boos.
Eerst vroeg hij om een zeer sterke wind, in de hoop dat de kleine wezentjes weggeblazen konden worden. Maar ze klampten zich vast aan gras en twijgen of groeven onder de schors en in de aarde.

Dus ging De Grote Geest naar De Moedergodin (Nungeena ) die in een waterval in een groene vallei woonde, en vroeg om hulp. Nungeena had een idee, maar om het te laten werken, had ze ook de hulp van anderen nodig. Ze deed een beroep op haar helpergeesten, want er was veel te doen en er was weinig tijd voor.
De Moeder Geest nam kleur van enkele bloemen en maakte een patroon met haar handen in de lucht. Op deze manier maakte ze een liervogel, die meteen insecten begon op te Eten. Ze vertelde haar helpergeesten om zo snel mogelijk vogels te maken.
Onhandige geesten maakten onaantrekkelijke vogels zoals de ekster en de slagervogel, de geesten uit waterige streken maakten waadvogels, de kustgeesten maakten de meeuwen, de nachtgeesten maakten de uilen, de snelste geesten maakten de vliegenvanger en de kleine geesten maakten de winterkoninkjes. Het belangrijkste was dat ze allemaal insecten aten. Al snel was de insectenplaag onder controle.
De Grote Geest was opgetogen. Hij zei dat de vogels allemaal mooi waren en dat hij er mooie stemmen voor zou maken.
Toen Nungeena overigens het lied van de kraai en de kookaburra hoorde, zei ze dat ze hun liedjes niet mooi vond. Maar de Grote Geest was het daar niet mee eens.

Extra informatie

Materiaal

witte zoetwaterparel, zilver

Grootte

3,7 cm

Ketting

Zilver 40 cm, Zilver 45 cm, ZIlver 50 cm